Historie

De eerste steen voor de bouw van deze ronde stenen korenmolen aan de Waaldijk werd gelegd op 16 maart 1822 door Arie Karsseboom. Opdrachtgever voor de bouw was Jan van der Ven. Nog vóórdat de molen in bedrijf was gesteld (23 juli 1822), had de opdrachtgever deze al doorverkocht aan Gerrit Dijksman de Kool.

13891910_590449801126493_1323592104623447548_n oud eigenaarGerrit Dijksman de Kool was afkomstig van stadskorenmolen Den Haas te Rotterdam. De familie De Kool maalde vervolgens generaties lang met twee koppel 15der stenen graan tot meel voor mens en dier in Rijsoord.
Na 1955 werd de activiteit geleidelijk minder door toenemende concurrentie van meelfabrieken en de molen raakte langzaam maar zeker in verval. Molenaar Job de Kool, die tot op hoge leeftijd met de molen samen met zijn zoons Gerrit en Reinier heeft gemalen, overleed 6 februari 1957 op 80-jarige leeftijd.

Nog kort voor zijn overlijden was door de provincie Zuid-Holland een restauratiesubsidie toegezegd, maar de restauratie werd nooit uitgevoerd, sterker nog: er werd een sloopvergunning aangevraagd. Die vergunning hing samen met een uitstekend bod dat men op de grond van de reeds buiten gebruik zijnde molen had gekregen. De grond was in feite een eersteklas bouwlocatie voor een bungalow aan de schilderachtige Waal.

19260545_762625487242256_2489015919147364330_n

De molen werd vervolgens door Gerrit de Kool verkocht aan de Ridderkerkse apotheker Timmers. Deze liet uiteindelijk aan het water een grote bungalow bouwen maar handhaafde, ondanks de nog steeds geldige sloopvergunning, toch de molen. Pakhuis en molenaarswoning bleven eigendom van familie De Kool. In dit pakhuis werd door middel van een elektrisch aangedreven koppel nog zo nu en dan voedergraan gemalen door Gerrit de Kool en tijdelijk ook door de familie Kranendonk, een oud Ridderkerks molenaarsgeslacht.

In 1961 liet Timmers de molen uitwendig restaureren door molenmakerij Dirkse uit Mijnsheerenland. De familie Timmers had plannen om de molen in te richten als artsenpraktijk, maar dit uiteindelijk varen. In 1967 werd de molen ingericht tot boetiek, een gebeurtenis die toentertijd ook in de pers aandacht kreeg. Helaas ging deze bestemmingsverandering gepaard met het uitslopen van beide koppels stenen.

Vrij snel daarna werd de uitgesloopte maar uitwendig in goede staat verkerende molen verkocht aan de Zwijndrechtse houthandelaar Visser. Na diens overlijden werd zijn vrouw eigenaresse. De familie Visser heeft verder zo goed mogelijk voor de molen gezorgd.
In de jaren ’70 heeft er nog een kleine opknapbeurt aan de molen plaatsgevonden met behulp van vrijwilligers die met medewerking van de eigenaar het verval nog probeerde te keren. Het wiekenkruis werd zo nu en dan in een andere stand gezet, maar draaide nooit. In 1985 ging het mis toen een end van de buitenroede afbrak vanwege de slechte staat. Hierbij raakte helaas de gietijzeren bovenas onherstelbaar beschadigd. In ditzelfde jaar werd vervolgens het gehele wiekenkruis verwijderd. Zo zou de onttakelde en vervallen molen, ingebouwd en ingegroeid, met gekraakte askop enige jaren staan wachten op betere tijden.

Vrij snel na de onttakeling komen besprekingen over restauratie moeizaam op gang en er moest heel wat worden ondernomen om de problemen en weerstanden te overwinnen.

De op 5 september 1988 opgerichte Stichting De Rijsoordse Molen werkt uiteindelijk achter de schermen om de molen een nieuwe en betere toekomst te geven, wat na een periode van lange adem uiteindelijk ook lukte. De stichting stelde zich ten doel de molen te verwerven, verplaatsen, restaureren en exploiteren. In 1990 werd de stichting eigenaar van de molen.

Op 12 januari 1991 kwam de verplaatsing tot stand, een op alle fronten ingrijpende onderneming, omdat niet iedereen in Rijsoord in eerste instantie overtuigd was van de noodzaak ervan.
De molen werd van zijn fundering losgehaald, op een betonnen voet geplaatst en met een dieplader gereden naar zijn nieuwe stek aan de andere kant van De Waal, schuin tegenover de oorspronkelijke standplaats.
Vervolgens is de molen in fasen geheel door molenmakerij Herrewijnen gerestaureerd en op 2 oktober 1993 werd de molen officieel geopend door gedeputeerde mw. I. Gunther. De molen werd van 1993 tot en met 2008 regelmatig in bedrijf gesteld door wijlen molenaar Jaap Dekker, welke vele tonnen volkorentarwemeel met de molen heeft gemalen.

De molen is anno 2018 regelmatig op vrijwillige basis in bedrijf voor het malen van spelt en tarwe. Een elektromotor is er niet: er wordt uitsluitend gemalen op windkracht”.

De molenaars die op dit moment met de molen draaien  / malen zijn Wim van Bruggen, Heline van Daalen en Tom Blaak .